Page 56 - Vilans 2021
P. 56

 SAMEN LEREN EN ORGANISEREN HET INDIVIDU STAAT CENTRAAL BIJ  DE WET ZORG EN DWANG Begin 2020 ging de Wet zorg en dwang in. Vilans-adviseur en expert Wzd Irme de Bonth adviseert zorgorganisaties over de toepassing van de wet. Want hoe ver is uw organisatie?  Wat doe je als een bewoonster elke ochtend na het wakker worden de kamers van andere bewoners ingaat en daar wat rond- scharrelt? Familieleden van mede- bewoners vragen om ingrijpen: alle deuren op slot. Maar is dat wel de beste oplossing? ‘In de zorg willen we handelen, het probleem snel oplos- sen’, zegt De Bonth. ‘Zodat de situatie zich niet meer voordoet. Maar soms helpt het om even stil te staan en goed naar de situatie te kijken.’ In dit geval kozen de medewerkers voor het laatste. Ze gingen in gesprek met de familie van de bewoonster om erachter te komen waarom ze dit gedrag vertoonde. Ze hoorden dat de bewoonster haar hele leven al ’s avonds kleren klaarlegde op de stoel naast haar bed. Oók in het verpleeg- huis, maar de nachtdienst ruimde de kleren netjes op. Elke ochtend zocht de bewoonster haar kleren. Toen de  Irme de Bonth, senior adviseur bij Vilans kleren op de stoel bleven liggen, stopte het dwalen. RECHT OP VRIJHEID Met dit voorbeeld illustreert De Bonth het brede perspectief van de Wet zorg en dwang (Wzd). ‘De wet is gekoppeld aan onvrijwillige zorg, maar gaat over veel meer. Namelijk over álle zorg voor de individuele cliënt. En dat raakt aan zorgplannen, aan multi- disciplinair overleg, aan kennis van dementie en kennis van gedrag. Eigenlijk aan alles in de organisatie. Centraal staat of je professioneel genoeg bent om met de zorgvragen van de cliënt om te gaan. De essentie van de wet is het recht op vrijheid.’ VERSCHIL MET DE VORIGE WET De Wet zorg en dwang is cliëntvol- gend. De Bonth: ‘Anders dan de Wet Bopz, waar vaak sprake was van een gesloten afdeling, geldt de Wzd thuis, op de dagbesteding en in het verpleeg- huis. Daar waar de cliënt verblijft en mogelijk onvrijwillige zorg krijgt.’ De Wzd gaat dus ook verder dan vrij- heidsbeperkende maatregelen als bedhekken en rolstoelgordels. ‘Niet de zorgvorm, maar het individu staat centraal. Want of iets onvrijwillige zorg is, is voor elk individu anders.’ Soms is onvrijwillige zorg toch nodig. ‘Maar dat doe je alleen om ernstig nadeel te voorkomen en als er geen alternatief is. Je doet dat zorgvuldig en legt het vast in het elektronisch cliëntendossier. Je gebruikt het stap- penplan van de Wzd.’ Behalve bij onvrijwillige zorg is het stappenplan ook verplicht in drie andere situaties. ‘De Wzd onderscheidt negen cate- gorieën van (onvrijwillige) zorg. Bij de eerste drie – toedienen van gedragsmedicatie buiten de richtlijn, beperken van de bewegingsvrijheid en toepassen van een vorm van inslui- ting – gebruik je voor wilsonbekwame cliënten altijd het stappenplan. Oók als de cliënt zich niet verzet en de ver- tegenwoordiger instemt. Want deze beslissingen zijn dermate ingrijpend dat ze de maximale bescherming van de vrijheid van de cliënt en de maximale zorgvuldigheid van de zorgverlener verdienen.’   56 VILANS.NL 


































































































   54   55   56   57   58